dinsdag 25 april 2017

Het relikwie

Het is weer tijd voor een boekbespreking. Wat eerder dan gepland misschien, maar het is inmiddels alweer april en ik liep nog achter. Dit keer is het het boek Het Relikwie van Tanith Lee

Een lekker mysterieuze voorkant!

Het boek is geschreven in 1976 (een jaar voor ik werd geboren!) en verscheen toen onder de titel The Winterplayers. In 1980 verscheen de Nederlandse vertaling. Mij staat bij dat ik dit boek van een vriendin te leen kreeg op de middelbare school, dus dat moet toch echt tien jaar later zijn geweest. Ik denk dat ik later een eigen exemplaar bij de Slegte heb gekocht.
Tanith Lee is een bekende schrijfster, die haar hoogtij dagen vooral had in de jaren '70 en '80. Ze heeft geschreven voor zowel kinderen als volwassenen en dit was een van haar boeken voor kinderen.
Tanith Lee heeft in de loop van haar productieve carrière heel veel boeken en korte verhalen geschreven. Sommige mensen houden dat bij.

Indruk toen

Indertijd maakte het boek veel indruk op mij. Ik was onder de indruk van de dappere heldin en haar vastbeslotenheid om alles op alles te zetten om haar Relikwie terug te halen. En ik vond het ook mooi hoe in een vrij kort boek toch een hele, geloofwaardige wereld werd gecreëerd. Het boek heeft mij er zeker toe aangezet dat ik andere boeken van Tanith Lee uit de bibliotheek ben gaan lenen. 

Teruglezen

Hoofdstuk 1

Het verhaal start met Oaive, een priesteres van een klein dorpje aan de kust.Het leven is hard en Oaive heeft het redelijk makkelijk doordat zij priesteres is en voor haar gezorgd wordt. Zij heeft de taak om voor drie Relikwieën te zorgen, Een botje, een ring en een edelsteen.
Op een dag komt er een man van ver, van achter de nevel, zoals het vissersvolk de gebieden verder landinwaarts noemt. Deze man noemt zichzelf Grijs en blijkt erg brutaal te zijn. Oaive krijgt meteen het gevoel dat hij over van alles en nog wat liegt. Hij vraagt naar de Relikwieën in de tempel, terwijl alleen de priesteressen daarvan weten, zelfs de gewone dorpelingen kennen die niet.
Onverrichter zake vertrekt de man en Oaive gebruikt haar magie om de tempel en de Relikwieën te beschermen. Maar in de nacht keert Grijs terug en breekt in, en vernielt de magische spreuken van Oaive. Het komt tot een strijd tussen Grijs en Oaive, waarbij Grijs de gedaante van een enorme wold aanneemt. Hij verslaat Oaive en steelt een van de Relikwieën.


Hoofdstuk 2  

Oaive komt bij van haar magische strijd met Grijs en realiseert zich dat hij het botje gestolen heeft. Zij zal haar dorp moeten verlaten en dat zij Grijs zal moeten achtervolgen om het botje terug te halen. De dorpelingen zijn niet blij, dan zitten ze zonder priesteres. Bovendien verlaat niemand ooit het dorp.
Oaive gebruikt haar magie om Grijs te kunnen volgen. Maar Grijs is handig, hij vertelt iedereen die hij tegenkomt dat Oaive een gemene heks is. Dat betekent dat niemand iets wil vertellen aan Oaive en dat zij overal wordt weggejaagd. Bij een van de grotere dorpen zetten ze een hondenjacht in op Oaive. En dan gebruikt ze veel meer van haar magie dat ze ooit voor mogelijk had gehouden om te ontkomen aan de jacht.

Hoofdstuk 3

Oaive komt aan in een dorpje bij een meer. Daar is ze Grijs kwijtgeraakt, hij heeft waarschijnlijk een schip genomen en is weggevaren. Maar welk schip en waarheen? Wanneer ze dat eenmaal duidelijk heeft, gebruikt ze weer meer magie om een boot te laten varen zonder riemen of wind. Ze zet de achtervolging in. 
Wanneer ze het schip van Grijs nadert, ziet hij haar en valt haar aan met zijn magie. Ze vechten met elkaar en Oaive delft het onderspit, maar Grijs laat haar toch aan boord hijsen voor zij verdrinkt. Waarom doet hij dat? Het zou voor hem toch ook makkelijker zijn wanneer zij verdronk en hem niet langer kon achtervolgen?
Het blijkt dat Grijs wil dat Oaive sterker wordt in het gebruik van magie. De achtervolging was als een test. Zou hij haar hulp nodig hebben? Maar tegen wie dan? In ieder geval deelt Grijs nu zijn echte naam met haar, Cydrin.
De volgende morgen ontsnap Oiave van de bood, door met haar magie een kleed te laten drijven op het water van het meer. 

Hoofdstuk 4

Oaive volgt Grijs verder, steeds dieper de bergen en de kou in. Ze weet dat dit het geboorteland van Grijs is, maar het is kaal en leeg. Er zijn geen mensen meer en nog maar weinig dieren. Alle gebouwen zijn ruïnes. Ze gaat dieper het land in, heel af en toe ziet ze mensen, maar die zijn erg bang van haar. 
Dan komt Oaive bij een geruïneerd kasteel. Daar treft zij een oude man die zich Niwus noemt. Hij blijkt de meester van Grijs te zijn. Niwus onthult dat hij Grijs op pad stuurde om het Been te stelen en Oaive mee te lokken naar Niwus. Dan komt ook naar voren hoe vroeger hier een groot kasteel had gestaan, bewoond door rijke mensen, de ouders van Grijs. En op een berg in de buurt woonde een priester.
Grijs vertelt zijn eigen verhaal verder. Hij werd, vanwege zijn grijze haar, naar de priester op de berg gestuurd, voor spiritueel onderricht. Op een dag was de priester dood. Grijs was verblind door verdriet en probeerde de priester weer tot leven te wekken. Maar een boze geest, niet de priester, keerde terug in het lichaam van de priester.
Deze priester onderwierp de jonge Grijs aan zijn wil. De vader van Grijs kon dat niet toestaan. Niwus veranderde Grijs en zijn familie in wolven. En op een dag vocht de Grijze Wolf met de zwarte wolf, de baas van het roedel dat eens familie van Grijs was. De Grijze Wolf doodde de zwarte en sindsdien draagt Grijs een zwarte wolfsvacht als cape, de huid van zijn eigen vader.

Hoofdstuk 5

Oiave heeft de nacht in het donker doorgebracht. Niwus wil de volgende morgen toverij bedrijven met het Been en daar heeft hij Oaive voor nodig. Niwus vertelt dat hij zich zijn leven als geest, of zelfs zijn eerdere leven als mens nauwelijks nog kan herinneren. Hij kan zich alleen herinneren dat het Been belangrijk voor hem was. Oiave weigert om hem te helpen en Niwus sluit haar op in een zinsbegoocheling van duisternis.
Wanneer Niwus Oaive vrijlaat, belooft zij om hem te helpen. Maar wanneer zij het Been eenmaal in handen heeft, blijken haar krachten plots groter te zijn. Oaive slaat Niwus neer en vlucht weg. Wanneer zij zich verstopt heeft in een boom, weet Niwus haar te vinden. Oaive doet een beroep op de magie in haar en in het Been. En plotseling hoort zij Niwus niet meer en lijkt door tijd en ruimte te reizen. Ze is uitgekomen bij het heiligdom aan zee, waar het hele verhaal begonnen is. Het Been is weg, het kan niet bestaan in deze tijd, of moet nog ontstaan.
Oaive neemt de rol van priesteres op zich, in het dorpje aan zee, waar nog geen heiligdom staat. De mensen accepteren haar.

Hoofdstuk 6

Oiave vindt haar plaats in dit dorp. Zij geneest en onderwijst de mensen. Op een dag wordt het winter en valt de sneeuw. En dan blijkt er ook iemand te wonen in de heuvels die schreeuwt als een wolf. Oiave denkt dat het Niwus is en zij wil haar nieuwe dorpelingen beschermen tegen hem. Oiave vraagt de dorpelingen naar de relikwieën, maar de dorpelingen weten van niets. De ring, het been en de steen bestaan nog niet in deze tijd. 
Voor Oiave vertrekt naar haar confrontatie met Niwus heeft ze eerste nog een gesprek met een behoorlijk voorlijk meisje, dit kind lijkt aanleg te hebben voor magie en zij was getuige van de aankomst van Oaive. Zij zag hoe er een gat tussen de dimensies ontstond, waar Oaive uitkwam. Het kind vertrekt weer en dan realiseert Oiave zich pas dat zij dezelfde haarkleur heeft als Oaive. 
Wanneer Oiave aankomt bij de Grot, wacht Grijs daar op haar. Hij vertelt haar hoe dom ze is geweest om te komen. Maar Oiave laat zich niet meer afbluffen door Grijs. 
In de confrontatie met Niwus vertelt Oaive hem waar hij het Been kan vinden, waar hij naar op zoek is. Ze neemt hem zijn ring af, en vertelt hem dat dit de Ring zal worden, die de vissers zullen vinden, wanneer Niwus eenmaal gedood is in de grot. De Steen zal ontstaan uit een van de juwelen in de ooggaten van de wolvenvacht van Grijs. En het Been?
In de strijd tussen Niwus en Oiave houwt Cyrdin, die niet langer Grijs heet, met zijn zwaard Niwus aan stukken, maar hakt daarbij ook de vinger van Oaive af. Dit zal later het Been worden. 

Maar wat nu? Oiave doet een voorspelling. De dorpelingen zullen komen, ze zullen de Ring, De Steen en het Been vinden. Het altaar zal een tempel worden, de instructies van Oaive zullen een religie worden. Tot uiteindelijke Oaive geboren zal worden en de hele cyclus zich zal herhalen. Ook de Cylcus van Cyrdin, waarin hij de geest van Niwus op roept, waarin zijn familie in wolven verandert, waarin Cyrdin zijn vader zal doden. En dan zal Niwus op zoek gaan naar het Been dat zijn ondergang was, en zal het contact met Oiave gelegd worden. 
Oiave en Cyrdin kunnen blijven. Het dorpje aan zee is vredig en Oaive heeft al een positie. Maar het zou de cirkel niet doorbreken. En wie weet hoe het schuldgevoel aan hen zou knagen. Als alternatief stelt Oaive voor dat zij vooruit reist in de tijd, naar de nacht dat Cyrdin probeerde de geest van de priester terug te halen en de geest van Niwus kreeg en de ellende begon. Als zij dat weet tegen te houden, is de cirkel doorbroken. 
Die optie zal dan ook het einde van de Relikwieën betekenen. Geen Niwus, geen opdracht om het Been te vinden, geen diefstal, geen achtervolging, geen reis naar het verleden, geen strijd in de grot, geen Ring, Steen en Been. En ook geen priesteres voor de vissers in het dorp. Cyrdin kan daar niet mee instemmen, alle voordeel voor hem en niets voor Oaive. Maar Oaive laat zich niet leiden door Cyrdin (aangezien zijn besluitvormingsproces in het verleden ook niet zo best was). 

Hoofdstuk 7

We zijn weer bij de tempel aan zee. Maar dit keer lijkt het allemaal wat vrolijker te zijn. De zon schijnt, er liggen bloemen op het altaar (er is geen tempel). En er zijn wel drie priesteressen, die in het zonnetje hun taken verrichten. 
Dan komt er een man uit het dorp aangelopen. Het is Cyrdin, hij is Oaive komen zoeken. Hij heeft haar kunnen vinden met behulp van het Been, dat hij van zijn onderwijzeres heeft gekregen. Hij kon haar ermee zoeken, maar vond de jonge Oiave. 

Indruk nu

Het is nog steeds een enorm goed boek. Kort, maar Tanith Lee weet toch een geloofwaardige wereld te schetsen. En de aanwezigheid van tijdreizen maakt het lekker ingewikkeld. Oaive reist terug in de tijd, doodt daar Niwus, en Niwus zwerft dan rond, tot hij wordt opgeroepen in het lichaam van de dode priester, waarna hij weer terugreist in de tijd om gedood te worden door Oaive. Maar wanneer is zijn geest dan voor het eerst ontstaan?
En het meisje dat Oaive tegenkomt in het dorp in het verleden. Zij wordt de eerste hogepriesteres. Maar wanneer Oaive gebleven was, was het sombere religie geworden met maar één priesteres per generatie, die afgescheiden leefde van haar dorpsgenoten. Maar Oiave is niet in het verleden gebleven, maar vertrokken en de religie is er een geworden waarbij de priesteres mag huwen en kinderen krijgen. Waardoor er veel meer meisjes met magische gaven zijn in het dorp. 

Klein, fijn en net een lekkere uitdaging, leuk voor kinderen en volwassenen. 

zaterdag 15 april 2017

Het verhaal gaat verder - De Zaak Krimson

Enige tijd geleden besprak ik hier de zes albums van de reboot van Suske en Wiske, Amoras 2047. Die serie was kennelijk zo succesvol dat er nu een aantal extra albums zal verschijnen, de Kronieken van Amoras. En +Sander, die weet wat ik leuk vind, gaf mij het eerste exemplaar, omdat we onlangs al wel 20 (Twintig!) jaar verkering hadden. Ik zal niet weer een pagina voor pagina beschrijving, doen zoals ik bij de eerdere albums deed, maar de hoogtepunten eruit pikken kan toch wel.

De kaften zijn als altijd prachtig.
Staand de jonge Lambik en Krimson, en zittend de oudere versies. 

Spoilers!

Huidige tijd
Het verhaal opent in een ongenoemde stad in het Midden Oosten. We zien mensen op de bus stappen. En we zien Jérusalem, gekleed als een soldaat de wacht houden. Zij kijkt naar een paar mannen op een dak, die weer kijken naar de vertrekkende bus. Een kind in de bus blijkt een bomgordel te dragen (niet echt heel onzichtbaar, dus waarom vond de chauffeur dit goed?). Een van de mannen op het dak laat met zijn mobiele telefoon de bomgordel ontploffen. 
Jérusalem legt het verband tussen de mannen op het dak en de bom. Ze sprint het huis in, schiet links en rechts mensen overhoop (Zo kennen we haar!) en treft dan de hoofddader. Ze doodt deze man door hem te laten ontploffen met en granaat in zijn mond (zo kennen we haar zeker!). 
Aha! Jérusalem heeft dus inderdaad een verleden als soldaat/ agent in een oorlog. zoiets werd al geïmpliceerd in album 5, p41

Ondertussen houdt Slugger met nog iemand anders de wacht voor het huis van Barabas, hun companen zijn in het huis van Barabas bezig met het maken van een 3D kopie van de teletijdmachine, in opdracht van Dr. Krimson. 
En dat werd al gezegd in album 1, p.48
Ook laten de bandieten een bom achter in de teletijdmachine. Deze zal over een halfjaar ontploffen, zodat de ontploffing niet geassocieerd wordt met de bestelbus die voor het huis van Barabas stond. 
Er wordt hier een hoop duidelijk. De ontploffing van de teletijdmachine, die eerst de schuld leek van Lambik en Jerom, is dus eigenlijk veroorzaakt door Dr. Krimson. En we weten nu ook wanneer dit allemaal plaatsvindt, 6 maanden voor de start van Amoras 1: Suske, dus we zitten waarschijnlijk in de nadagen van 2012. Het album Suske verscheen in mei 2013. 

Inmiddels is Barabas thuisgekomen. De inflatie is enorm toegenomen, voor een rit van het vliegveld naar huis betaalt Barabas nu € 1.000. Dit komt door Dr. Krimson, die de prijs van brandstof bepaalt, Barabas wil daar wat aan gaan doen. Tobias woont bij Barabas, deze merkt wel meteen dat er iemand in het lab van Barabas is geweest. Barabas negeert de waarschuwingen van Tobias en wil op zoek naar Lambik.  
Ik kan het toch niet laten. Volgens Taxiboeken.be zou een rit van International Luchthaven Antwerpen naar het centrum van Antwerpen ongeveer € 73 kosten. Dan is € 1.000 wel een hele vreemde prijstoename. De verklaring van Barabas suggereert ook dat Dr. Krimson inmiddels in praktijk over de wereld heerst.
Verder zien we in een hoekje ook een verwaarloosde Vitamitje staan, deze auto kon rijden door het gezond voedsel te voeren. Waarom heeft Barabas daar niet al lang meer autos van gemaakt?   
Waarom wil Barabas op zoek naar Lambik? Heeft hij iets te maken met de aanpak die Barabas tegen Dr. Krimson voor ogen heeft?

Ondertussen vieren Suske en Wiske met Sidonia, Lambik en Jerom vakantie aan zee. Zij kunnen de versnaperingen niet betalen en Lambik maakt zoals gewoonlijk goede sier met mooie beloften, maar weet ze niet waar te maken. Wiske en Suske gaan op onderzoek uit. 

In Parijs kijkt een man naar een nieuwsbericht over de aanslag met de schoolbus en de VN - blauwhelm die wraak nam op de opdrachtgever. De man is rijk, want hij woont in een penthouse en hij heeft een blote, veel jongere, veel knappere dame in zijn bed. 
Dus...Jérusalem is lid van een VN vredesmissie in Pakistan (er zijn alleen vredesmissies in Pakistan geweest in '49, '65 - '66 en '88 - '90, dit waren observatiemissies), waar de bom ontplofte. En de man die zij doodde was een leider of hooggeplaatst lid van Al Qaeda.
Lambik heeft zijn lesje nog niet geleerd en maakt zich klaar om naar het casino te gaan met (onder andere) het geld van Sidonia. Jerom kijkt nog televisie en ziet hetzelfde nieuwsbericht als de man in Parijs. Hij vindt Jérusalem maar een knappe dame.

In Pakistan vecht Jérusalem in haar bekende, keiharde stijl tegen een collega-soldaat die een flink stuk groter is. Zonder al te veel problemen maakt ze gehakt van hem. Het blijkt een prijsgevecht te zijn. Na afloop krijgt ze helaas geen prijs maar een pornoblaadje (bestaan die nog in 2013?). In het pornoblaadje zit een envelop. 

In de kustplaats gaat plotseling een telefoon af, met de tune van "De lichtjes van de Schelde". Sidonia neemt op. Het is Barabas, die belde naar het toestel van Lambik. Barabas wil weten hoe lang Lambik en Dr. Krimson elkaar al kennen. Sidonia verwijst naar het avontuur met het Rijmende Paard. Maar Barabas denkt dat het eerder was en komt naar de kustplaats toe, om Lambik te spreken. 
In album 2, p.15 heeft Lambik deze ringtone nog steeds.
In het Rijmende Paard maken Suske en Wiske inderdaad voor het eerst kennis met Dr. Krimson, maar Lambik kent hem in dat album al. 

Op het Luxe Jacht van Dr. Krimson wordt verder gewerkt aan een 3D print van de teletijdmachine. Hij brengt zijn tijd door met het kijken naar de gewone mensen, om te zien dat zijn pogingen om de samenleving te ontwrichten effect hebben.
Buiten lopen Suske en Wiske door de haven. Zij kijken naar de luxe boten in de jachthaven. Wiske spot Dr. Krimson, maar Suske ziet niets. De volgende dag wil Wiske op onderzoek uitgaan.

In Pakistan opent Jérusalem de envelop en vindt een geld, een ticket naar Parijs een overnachting in het Sheraton Karachi Hotel

Inmiddels is Lambik al zijn geld kwijtgeraakt en wordt hij door Jerom naar huisgebracht. Ze worden gezien door Dr. Krimson, die langs het Casino rijdt. Hij is erg boos dat Lambik en Jerom er zijn. 

In het Sheraton Karachi Hotel komt Jérusalem net aan, zij wordt gespot door een medewerker van de mensen die haar een envelop met inhoud stuurden. Maar dan vindt er ook meteen een aanslag op het hotel plaats. Jérusalem begint meteen te schieten. 

In de kustplaats eten Suske en Wiske een frietje en Wiske ziet het Jacht van Dr. Krimson vertrekken. Als zij Suske daarop wil attenderen, duwt ze hem per ongeluk in de haven, waardoor hij het schip mist. Aan boord hoort Dr. Krimson het kabaal en kijkt naar buiten. Hij ziet Suske en Wiske. Dr. Krimson wenst dat er een plek was waar hij heen kon gaan, waar deze lastposten hem niet konden vinden. Zijn butler Achiel zegt hem dat dit in de toekomst misschien mogelijk is. En Dr. Krimson heeft ineens een briljant idee voor een gebruik van de teletijdmachine. 
In het hotel probeert Lambik uit te leggen waarom hij alle geld is kwijtgeraakt. Ondertussen komen Suske en Wiske thuis met hun wilde verhaal over Dr. Krimson. Maar Sidonia zeggen dat ze nu naar huis moeten, want het vakantiegeld is op. Wanneer Lambik te horen krijgt dat Barabas vragen heeft over Dr. Krimson, vlucht hij hals over kop weg. 
Waarom moeten mensen vertrekken als het geld op is? Ik betaal mijn vakanties altijd vooruit, als ik tussentijds bestolen wordt, hoef ik niet meteen het vakantiehuis te verlaten, want het is al betaald. En waarom heeft Sidonia alle geld voor de vakantie in haar portomonaie zitten. Zo te zien zijn ze op vakantie in België (ik gok Oostende) en daar zijn echt wel pinautomaten. Heeft Sidonia geen vertrouwen meer in banken?
Lambik rent naar buiten en wordt aangereden door Barabas. Hij vlucht verder. 

In Parijs is de mysterieuze man verbaasd dat Jérusalem nog leeft. Verder krijgt hij bericht dat er een koffertje gevonden is. Hij wil dat het opgehaald wordt. 

In het vakantiehuisje praten de vrienden over Lambik. Zij denken terug aan het avontuur van het Rijmende paard en het feit dat Lambik Dr. Krimson al kende. 
Leuk gedaan, er worden pagina's uit het oorspronkelijke stripboek gerepoduceerd! Maar het album werd voor het eerst vrijgegeven in 1963. Als dat ook het jaar van het avontuur was, hebben we een probleem. Lambik draagt zijn wapenuitrusting uit WOI. als hij daaraan meedeed was hij op zijn minst 18 in 1918 en dus 60+ in 1963. Dan zou hij in 2013 meer dan 100 jaar oud zijn. 

Vanaf zijn luxe jacht voor de witte kliffen van Dover maakt Dr. Krimson een eerste reis met de teletijdmachine. Hij gaat per abuis naar het oude Egypte en neemt de buste van Nefertiti mee terug.
Deze buste zagen wij eerder in het Album 1, p.26 

Jérusalem reist naar Parijs en ondertussen zoeken de vrienden naar Lambik. Ze vinden hem dronken op een bankje. Ze nemen hem mee terug naar het vakantiehuisje, waar Barabas een dronken en slapende Lambik aansluit op B.R.O.L. Wiske maakt zich nog zorgen of het wel ethisch verantwoord is om in het geheugen van Lambik te snuffelen zonder zijn toestemming. Maar Barabas beroept zich op het recht van interferentie, het doel heiligt de middelen.
Ah, het was niet pas in het laatste Album dat Barabas een snoekduik in de morele afgrond nam. Hij nam het eerder al niet zo nauw met afspraken over ethisch handelen bij wetenschappelijk onderzoek of medisch handelen. 

Jérusalem landt in Paris Charles de Gaulle en wordt dat opgewacht door iemand die haar juffrouw Saunière noemt. Dit blijkt Diez te zijn, een jongedame in een strak pakje met een motor.
Aha! Jérusalem is de dochter van de priester Saunière, bij zijn huishoudster Marie. We hadden hier in album 6 al een vermoeden van, maar nu hebben we dan bevestiging. 

Ondertussen is het scannen van het brein van Lambik klaar. Barabas neemt de informatie weer mee en wil die later bekijken. Sidonia heeft een rotsvast vertrouwen in Barabas en Lambik en Wiske blijft twijfelen.

In Parijs leren we eindelijk de naam kennen van de man die Jérusalem wil spreken. Hij heet Allonse Troce en wil Jérusalem een missie geven. De naam van de missie is Fighting the Apocalypse. Hij wil haar (en anderen) inhuren om het tij te keren. Barbaren met geld hebben de macht in handen gekregen, maar het is nog niet te laat om de macht terug te grijpen.

Barabas is klaar om de herinneringen van Lambik te bekijken. Hij doet dit met een emmer popcorn in handen.
De popcorn draagt niet bij aan het image van betrouwbare, ethische wetenschapper!


Verleden tijd

Lambik (met haar) kampeert in Piscine le Bains. Een onweersstorm vernielt zijn tentje, maar hij weet onderdak te vinden bij Noël Sinon en zijn vrouw, die in de buurt een hotel runnen. Lambik mag daar blijven als hij als loodgieter het een en ander repareert in het hotel.


Huidige tijd 

Suske en Wiske lopen weer door de haven. Wiske is nog steeds op zoek naar aanwijzingen over de aanwezigheid van Dr. Krimson. Een havenarbeider vertelt Suske dat er inderdaad een enorm luxe jacht lag, van een pillenslikkende miljardair en zijn butler. Ze zijn zo snel vertrokken dat ze een deel van hun spullen hebben achtergelaten, waaronder een krat champagne. 
Gemarkeerd met de omgekeerde, omcirkelde A. Maar waarom voert Dr. Krimson dit symbool als hij nog niet Amoras heeft veroverd? Of bezit hij dat al wel in 2012?
Ondertussen is Wiske in een auto gaan zitten en probeert daar een koffertje te openen. Ze kan het niet open krijgen en neemt het mee. 

Aan boord van het luxe jacht realiseert de purser zich dat hij een koffer van de Dr. is vergeten. Achiel raadt hem aan om te bellen naar de haven. Want als het koffertje in de verkeerde handen valt, kan het een weerslag hebben op de toekomst. De purser belt onmiddellijk met de haven om het te laten nazenden. Maar daar blijkt het kwijt te zijn (meegenomen door Wiske). De havenarbeiders feesten met de gevonden champagne en hebben ook weinig zin om te gaan zoeken. 

Verleden tijd

In Piscine les Bains geniet Lambik van een ontbijtje en flirt met een bediende. Van haar hoort hij dat de lokale pastoor rijk is geworden door zijn ziel aan de duivel te verkopen. Lambik gelooft dat niet, aangezien ze halverwege de 20e eeuw zijn.
Verwijst de bediende naar Sauniére? Dat zou kunnen. De echte Sauniére was pastoor in Rennes le Chateau
En over de leeftijd van Lambik. Hij lijkt nu volwassen, laten we zeggen 25, als het jaar dan 1950 is, zou hij in 2013, toch zeker 85+ moeten zijn. Dat lijkt wat te oud. Misschien speelt dit gedeelte van het verhaal wat later, maar toch zeker niet later dan 1963, als de andere vrienden ook in aanraking komen met Dr. Krimson. dan zou Lambik nog steeds 70+ zijn in 2013.

Huidige tijd

Suske en Wiske keren terug naar het hotel. Wiske stopt de gevonden koffer van Dr. Krimson in de auto van Sidonia. De vrienden pakken hun spullen in en komen erachter dat Lambik verdwenen is.

In Parijs rijden Diez en Jérusalem door een islamitische buurt. Terwijl zij daar zijn, racet er een auto door de straat en schiet een buitenlands uitziende voetganger dood. Jérusalem zet de achtervolging in. De auto botst met een vrachtwagen en een van de inzittenden roept Vive La France, terwijl Diez op hem toeloopt om het te doden. Maar dan ontploft de auto alsnog. 

Lambik zit dronken in een kroeg en kijkt naar een nieuwsbericht over de aanslag in Parijs. Hij waggelt dronken door de haven en mijmert over de tijd dat de Belgen met de Eburonen vochten tegen de Romeinen. Hij legt contact met twee zwervers. 

Op het luxe jacht heeft de purser achterhaald wie er van door ging met het koffertje. Het is Wiske, maar dat zegt de purser niets. Achiel ziet de foto en besluit dat hierover niets gezegd zal worden tegen Dr. Krimson, dan raakt hij maar van streek. 

Verleden tijd   

Lambik wandelt door Piscine les Bains en komt bij een kerk in aanbouw. Deze wordt verbouwt met de duurste spullen. Even later zien Lambik en de aannemer hoe de pastoor van de kerk overvallen wordt en mensen er vandoor willen gaan met relikwieen. Lambik steekt daar een stokje voor. De pastoor is weinig dankbaar en bekommert  zich alleen om zijn spullen. 
De kerk is dezelfde kerk als waar Saunière in woont in de eerste reeks. Dus dan is de pastoor waarschijnlijk ook een jongere versie van Saunière. Zou hij hier al bevriend zijn met Barabas? En wordt dit hele dorp later geconverteerd naar een sanatorium?

Huidige tijd

Dr. Krimson heeft een plek gevonden, waar hij kan verdwijnen. Een flat in Molenbeek, een rots Georgië of Amoras, in de Stille Zuidzee. Achiel is erg blij dat Dr. Krimson voor Amoras heeft gekozen. 
Jerusalem wacht in een ziekenhuis op nieuws over Diez, Lambik vermaakt vluchtelingen in een kampje, Achiel heeft contact met zijn opdrachtgevers (naast Dr. Krimson), Dr. Krimson bereidt de inname van Amoras voor, Sidonia rijdt iedereen naar huis en Barabas geniet nog steeds van de herinneringen van Lambik. 

Verleden tijd

Lambik wandelt weer terug naar het hotel en daar blijkt dat mevrouw Sinon bij vlagen last heeft van migraine. En dat er een nieuwe gast is. Deze nieuwe gast is rijk en heeft vreemde maniertjes. Het blijkt een jonge Dr. Krimson te zijn. Hij is vriendelijk, voorkomend en beleefd. Wat is er gebeurd in Piscine les Bains?

vrijdag 14 april 2017

De Monnik

Jaren geleden postte ik hier eens een stuk over het boek The Monk van M. G. Lewis. Het boek was een van de eerste Gothic Horror Romans (en definieerde het genre, min of meer) en ik vond het fantastisch toen ik het las. En een van de personages uit het boek was zelfs een inspiratie voor de naam van een van mijn kinderen. En onlangs keek ik via +Netflix een verfilming van dat boek! Le Moine met Vincent Cassel in de hoofdrol als de betreffende monnik. Vincent Cassel kennen we ook uit de film Black Swan, waarin hij Nathalie Portman tot waanzin drijft. In deze film flirt hij ook weer met waanzin. Ik vond de film erg mooi en sfeervol, maar haalt het niet bij het boek.

Yup, de toon is gezet.

Spoilers!

De film opent met de Monnik die de biecht afneemt van een man, die steeds gruwelijker misdaden op vrouwen opbiecht. De man lijkt een pedofiel te zijn die eerst prostituees verkrachtte, maar nu meermalen per dag de jonge dochter van zijn broer verkracht. De monnik probeert hem ervan te overtuigen dat hij kwaad doet en dat hij dat niet af kan schuiven op de invloed van de duivel, de man kiest daar zelf voor. 

Dan volgt er een korte scene, waarbij er een baby wordt achtergelaten bij een klooster en de monniken van dat klooster nemen het kind liefdevol op, en het groeit uiteindelijk op tot Ambrosius, de Monnik die wij eerder zagen. Hij heeft een vooraanstaande positie in het klooster, omdat hij zo diep gelovig is en zo goed kan preken. Veel mensen komen luisteren naar de missen in het geïsoleerde klooster. Een van deze mensen in Antonia, met haar tante Lionella. Tijdens de mis ontmoeten zij Lorenzo, een lokale edelman, die meteen verliefd wordt op Antonia. 
 
Iedereen luistert vol aandacht
Ondertussen vraagt ook een jongeman met een creepy masker op om in het klooster en de broederschap opgenomen te worden. Hij draagt het masker omdat hij gewond is geraakt in een brand en er gruwelijk uitziet (het masker maakt het niet veel beter). De meeste monniken willen eigenlijk niet, maar Ambrosius overtuigt hen ervan de jongeman, Valerio, een kans te geven. 
Ambrosius hoort ook de biecht van de jonge nonnen van een naastgelegen vrouwenklooster. Een van deze jongedames laat een briefje vallen, van haar minaar. Ambrosius meldt dit bij haar abdis. Die ontdekt na een kort verhoor dat het kind nog zwanger is ook. Zij veroordeelt het kind tot de hongerdood in de kelder van het klooster. 

In Madrid maakt Lorenzo Antonia het hof. Maar haar moeder, de zieke Elvira vindt dat eigenlijk niet zo een goed idee. Zij is erg arm en een rijke edelman zou niet moeten trouwen met een arm meisje. Elvira en haar man deden dat ook, ze werden verstoten door de familie van haar man en moesten een arm leven leiden in Caracas en haar man nam haar dat altijd kwalijk. Lorenze bezweert haar dat hij weinig familie heeft en dat zij blij zullen zijn wanneer hij eindelijk trouwt. Elvira stemt toe, als Lorenzo ook toestemming kan krijgen van zijn oom, zijn laatste levende familielid. Opgetogen vertrekt de jongeman om zijn oom te bezoeken.

Creepy masker is creepy

Ondertussen blijkt dat Valerio eigenlijk geen jongeman is, maar een jonge vrouw. Zij is zo verliefd op Ambrosius dat zij bij hem in het klooster wil blijven. Ambrosius zegt dat dat uiteraard niet gaat. Hij wil haar de volgende morgen wegsturen. Zij vraagt hem om een roos uit zijn tuin, om hem te kunnen gedenken in de buitenwereld. Terwijl Ambrosius een roos voor haar plukt, wordt hij gebeten door een duizendpoot, en wordt ziek van het gif. 
Tijdens zijn ziekte waakt Mathilde, weer in haar vermomming van Valerio bij Ambrosius. Zij zuigt het gif uit zijn wond en dit leidt (uiteraard!) tot koortsige seks. Tot ieders verbazing geneest Ambrosius, maar hij kan zich maar niet herinneren of de seks met Mathilde nou echt was, of alleen een koortsdroom. 

Antonia, bezorgd om haar zieke moeder, komt naar het klooster om te vragen of Ambrosius haar moeder de biecht af wil nemen. Zij zal niet lang meer te leven hebben. Ambrosius heeft al zijn hele leven visioenen van een vrouw als Antonia en met zijn zojuist ontwaakte seksualiteit, kan hij geen weerstand aan haar verzoek bieden. 
In het gesprek met Elvira hoort Ambrosius aan dat Elvira haar eerste kind, een zoon, bij haar schoonvader moest achterlaten, toen zij met haar man verbannen werd naar Caracas. En zij vreest dat zij daarmee haar zoon aan de dood heeft overgeleverd, want zij heeft hem nooit meer gezien. Ambrosius probeert haar gerust te stellen. Indertijd deed zij wat zij kon, en zij heeft een gezonde dochter gekregen. 
Na afloop van het gesprek treft Ambrosius Antonia in de tuin. Hij wordt verteert door lust voor haar. En Antonia is nog redelijk naïef in de manieren van mannen en in al haar onschuld lijkt zij met hem te flirten. Ze vertelt over een vreemde droom die zij heeft over een oudere man die haar zal leiden en vraagt Ambrosius om psalm 6 op te zeggen met haar. Deze tekst valt ook te lezen als twee minnaars die elkaar toespreken in bed (en is daarmee niet de Psalm 6 die in de bijbel staat). Ambrosius draagt voor zoals Antonia vraagt en kan zich ondertussen steeds slechter beheersen (Vincent Cassel vibreert haast van onderdrukte passie). Maar dan krijgt Antonia eindelijk door dat er iets niet klopt en ze stuurt hem weg. Beschaamt vlucht Ambrosius weg, en passeert dan nog Lorenzo, die eindelijk toestemming voor een huwelijk heeft ontvangen van zijn oom.
Geen mooie meiden voor de Monnik
Terug in het klooster werpt Ambrosius zich uit frustratie op Mathilda, die hem ook niet meer hoeft, aangezien zij voelt dat hij liever een ander heeft. Zij helpt hem met haar hekserij om toch toegang te krijgen tot Antonia. Terwijl zij daarmee bezig is, ziet Ambrosius een visioen van de dode, zwangere non, die hem beschuldigt van dezelfde zonden als waar zij voor heeft moeten sterven. 
Ambrosius laat zich niet tegenhouden en met de toverkracht van Mathilda begeeft hij zich naar het huis van Antonia, dringt binnen, heeft seks met een slaperige Antonia die hem verwelkomt in haar bed. Het is een beetje onduidelijk of dit een gevolg is van de magie, dat Antonia die hem houdt voor Lorenzo of dat het een fantasie is van Ambrosius. 
Ondertussen wordt Elvira wakker en kijkt bij haar dochter, en betrapt Ambrosius in het bed van haar dochter. In paniek steekt Ambrosius Elvira dood. Lorenzo besluit dan om op een wel heel ongelukkig moment een serenade te brengen aan zijn geliefde Antonia. Zij wordt wakker, ziet Ambrosius, ziet haar dode moeder en begint te gillen. Het hele kaartenhuis stort in elkaar. Antonia wordt waanzinnig en Ambrosius verdwijnt na een gerechtsgang bij de inquisitie in een cel om van de honger te sterven. 

In de cel wordt Ambrosius bezocht door Mathilda, gekleed als een koningin. Zij helpt hem met haar magie te ontsnappen naar de hete, rotsachtige woestenij rond Madrid. Terwijl hij stervend van uitputting rondstrompelt, wordt hij bezocht door de duivel, in de gedaante van de engerd uit het begin van de film. Deze belooft hem een leven als een koning aan de zijde van Satan, als hij god afzweert. Maar Ambrosius zweert god af om Antonia te kunnen redden van de waanzin die haar in zijn greep houdt. Ambrosius sterft, eenzaam en alleen in de woestenij rondom Madrid.

Vergelijking met het boek

De film was boeiend, spannend en naargeestig om naar te kijken en Vincent Cassel was echt heel goed als Monnik die plotseling wordt geconfronteerd met allerlei gevoelens, waar hij geen raad mee weet omdat hij zeer beschermd is opgevoed binnen een klooster. En toch was het boek een stuk sterker. 
Het boek heeft ook zeker zijn minpunten. Een belangrijk minpunt is dat er veel hoofdpersonen zijn, die allemaal veel aandacht krijgen, wat niet altijd bijdraagt aan dat vooruitgang van het plot. Maar door die ruimte is er ook meer tijd voor een goede karakterisering, die beter past bij de boodschap die de schrijver probeert over te brengen. 
Voor de film is er veel uit het boek weggesneden en daarmee worden de motivaties van de verschillende spelers ook anders, waardoor de boodschap van het boek (en de horror!) ook verdwijnen. 

In het boek wordt bijvoorbeeld veel meer tijd besteedt aan het feit dat het allemaal midden in Madrid plaatsvind, een grote stad met grote groepen mensen. En die stedelijke setting, en de groepen mensen die op de been gebracht kunnen worden, de wispelturigheid van de bevolking, dragen ook bij aan de horror. Elvira en Antonia zijn twee verarmde vrouwen, die ondanks dat ze in een grote stad wonen, nauwelijks connecties hebben en zich daarom om nauwelijks kunnen beschermd tegen de aandacht van Ambrosius. En wanneer de bevolking eenmaal op de hoogte wordt gesteld van de corruptie van Ambrosius, de Monniken en de Nonnen, worden ze woest en scheuren ze de daders aan stukken. De bevolking die Ambrosius eerst op handen droeg, is hem alweer vergeten tegen de tijd dat hij sterft van zijn verwondingen en de honger op een berg buiten Madrid.
In de film zijn de kloosters erg geïsoleerd geplaatst, waardoor die druk van de publieke opinie nauwelijks gevoeld wordt. 

Daarnaast wordt in het boek ook veel meer aandacht besteedt aan de relatie Ambrosius en Rosario (Valerio in de film). Daar zien we hoe Rosario inspeelt op de ijdelheid van Ambrosius en hem langzaam verleidt tot meer een meer duistere daden. En iedere keer dat Ambrosius op het punt staat om zijn zonden te bekennen en terug te keren naar het rechte pad, houdt zij hem voor hoe zijn goede naam daar onder zal lijden, waarmee ze hem verder verleidt tot meer duistere daden. 
Door daar in de film minder aandacht aan te besteden, wordt Ambrosius ook een wat vlakker karakter. In de film lijkt het hem allemaal maar een beetje te overkomen. In het boek blijkt juist hoezeer Ambrosius wordt gedreven door trots en ijdelheid en hij kiest keer op keer zelf voor het makkelijke pad van meer zonden begaan, dan opbiechten en straf ondergaan. 

Verder wordt in het boek ook veel meer aandacht besteed aan de verschillende manieren waarop vrouwen om kunnen gaan met seksualiteit en wat daarin verstandig is. We hebben Agnes, die nog geen non is (in de film al wel) en zwanger blijkt van haar minnaar. Uiteindelijk sterft haar kind, maar daarom wordt gerouwd door zowel haarzelf als haar minnaar en zij kan uitkijken naar een gelukkig huwelijk met haar minnaar, die inziet dat hijzelf ook schuld draagt aan de penibele situatie waarin zijn minnares belandt is. In de film sterft Agnes alleen maar. 
We hebben ook Rosario/ Mathilda die haar seksualiteit alleen gebruikt om Ambrosius te verleiden tot meer een meer kwade daden. Eerst door seks met hem te hebben, terwijl hij dat niet mag. Dan later door hem seks juist te onthouden (en daarmee verder te frustreren), en hem op het pad naar verkrachting van jonge maagden te zetten. 
En tot slot Antonia, die zo ontzettend beschermd is opgevoed dat ze nauwelijks enige besef heeft van seks, seksualiteit en liefde. Ze begrijpt niet dat Lorenzo verliefd is op haar een beschermer voor haar kan zijn. Ze begrijpt ook niet dat Ambrosius niet het beste met haar voor heeft. En daarmee is zij een buitengewoon makkelijk slachtoffer voor Ambrosius en zijn duistere plannen. Ook beschikt zij niet zoals Agnes (of Marguerite, een wat minder belangrijk karakter) over de emotionele veerkracht om om te gaan met de seksuele aandacht van Ambrosius.  
Ambrosius lijkt een man te zijn met een extreem Madonna - Hoer Complex. Hij blijkt een man te zijn van diepe sensuele en gepassioneerde gevoelens (en daarmee ongeschikt voor een kloosterleven). En door zijn opvoeding kan hij vrouwen alleen maar zien als zuiver of verdorven. En hij voelt zich enorm aangetrokken tot de zuiveren, maar als die aantrekkingskracht eenmaal bevredigt is, moet hij niets meer van hen hebben. 
Daarmee geeft de schrijver, zeker voor die tijd, een heel genuanceerd oordeel over de verhoudingen tussen mannen en vrouwen en de rol die seks daarbij speelt. Hij veroordeelt de extreme indeling tussen zuiver en verdorven. 
In de film is Ambrosius meer iemand die niet om kan gaan met zijn gevoelens en daarom domme dingen doet. 

Tot slot het einde van het boek en de film. In het boek heeft Ambrosius nauwelijks spijt van zijn gruwelijke daden (verbreken van zijn geloften, seks met Antonia die zijn zus blijkt te zijn, vermoorden van haar moeder, die ook zijn moeder blijkt te zijn en uiteindelijk het vermoorden van Antonia), hij heeft alleen spijt van het feit dat hij betrapt is en nu gruwelijke straf moet ondergaan. Hij verkoopt zijn ziel aan de duivel om deze straf dan ook te vermijden (en ondergaat uiteindelijk een gruwelijker straf). 
In de film verkoopt Ambrosius zijn ziel om Antonia te behoeden voor waanzin, waarmee hij laat zien dat zijn liefde voor haar oprecht maar misplaatst was. En hiermee wordt de impact van de film enorm verzwakt naar mijn idee. De echte horror (mensen die een positie van spirituele macht hebben, kunnen net zo makkelijk slachtoffer worden van hun eigen kwade impulsen) wordt hiermee aardig verzwakt. 


zaterdag 8 april 2017

Verder uitplanten

De tijd schrijdt voort en het weer wordt steeds warmer. In mijn vensterbank groeiden de gezaaide broccoliplantjes en zonnebloemen ook al flink. Dus die hebben we inmiddels ook in de tuin uitgeplant. Maar voordat dat kan, moet de grond natuurlijk eerst flink bemest worden. Gelukkig kan ik mest krijgen op de moestuin. Echt verse mest, en dat ruik je.

Sander, Vivian en Elvira scheppen flink door. 

Maar wanneer die mest dan door dappere mensen door de grond gespit is, kunnen de broccoliplantjes er snel achteraan. Hopelijk slaan ze allemaal lekker aan en kunnen we over een tijdje lekkere verse broccoli uit eigen tuin eten. Vorig jaar werden ze flink aangevreten door de slakken, dus ik heb er meteen maar flink wat korrels bijgegeven. De broccoli eet ik altijd het liefst snel uit de tuin op het bord, hopelijk kan dat dit jaar ook weer lekker vaak.

Broccoli. 
Verder stond mijn tuin er mooi bij. De tuinbonen waren al flink gegroeid en maakten al hun eerste bloesems. De tuinbonen van vorig jaar hadden mooi hun paars-rode bloesems vastgehouden. Het is alweer bijna tijd om de pompoen en courgettes in te zaaien.

Elvira met Zonnebloem
de zonnebloemen die groter gaan worden dan vrienden +M en +D zijn ook uitgeplant. Momenteel komen ze niet verder dan de laars van Elvira. Maar we hebben nog een half jaartje.

donderdag 6 april 2017

Pendragon XLVI - Het Rode Beest

Weer een aflevering van Pendragon. Het jaar is inmiddels 513. Volgens de Great Pendragon Campaign gebeurde er in dit jaar worden de kinderen die vorig jaar in het Noorden geboren zijn, meegenomen door Merlijn en gedood. Dit leidt tot grote woede van Koning Lot, die zijn leger naar het Zuiden laat optrekken uit wraak, samen met Koning Roynce. Maar beiden zijn in mijn campagne al gedood.

Lot,
Koning van Lothian en Orkney
Roynce,
Koning van Norgales















Koning Lot stierf in 510, door de hand van Sir Ebel van Burcombe, in de Slag bij Bedegraine. Daarna heeft Koning Arthur in 511 vrede gesloten met Mogause, zijn tante, die nu regeert over Lothain en Orkney. Koning Ryonce is in 512 door Sir Caulas gedood, toen hij voor de tweede keer problemen maakte in Cameliard.
Dus ik had weinig zin om nog eens slag te leveren en de twee dode koningen te vervangen door twee andere koningen uit het Noorden. Ik koos voor een heel andere aanpak. Dit moest maar eens een jaar van rust en regelmaat worden. Lang geleden heb ik eens van +Sander een Pendragon PDF gekregen voor valentijnsdag (hij weet wat zijn meisje leuk vindt!), Tales of Chivalry and Romance, waar allerlei korte avonturen in staan. Daar wilde ik er een uit spelen, the New Made Knight.

Lees hieronder wat mijn spelers er van maakten...

En huiver...

Bradwen Eenoog (afwezig)
Caulas van Salisbury
Eric van Burcombe
Gwenda van Berwick St. James
Ignaeus van Broughton (afwezig)

Sarum, lente 513

Earl Caulas van Salisbury en Devon houdt zijn hof in Salisbury en hij ontvangt zijn vazallen en ridders en hoort hun klachten aan. Een van de vazallen die naar hem toekomt op deze dag, is een vrouw met een blinddoek om. Zij is vrouwe Enide, de weduwe van Dinain en moeder van de jonge ridder Dinain. Zij maakt zich zorgen om haar zoon. Haar man, Dinain de Oudere, was een trouw vazal van de Earl van Salisbury en streefde ridderlijkheid na in alles wat hij deed. Sir Caulas zucht inwendig, Koning Arthur is daar ook helemaal weg van, en het doet hem weinig. 

Dinain de Jongere,
van Rimchurch
Vrouwe Enide van Rimchurch















Vrouwe Enide gaat verder met haar verhaal. Haar zoon, ook Dinain, is na de dood van zijn vader heer geworden van het leen Rimchurch. En hij zocht contact met zijn naaste collega-ridders, maar dezen lachten en hem en de ridderlijkheid van zijn vader uit. Sindsdien heeft Dinain besloten dat hij niets met ridderlijkheid te maken wil hebben en hij stelt zich meer en meer op als een brute roofridder, die leeft bij de macht van de sterkste. 
Vrouwe Enide kon het allemaal niet meer aanzien en bond haar ogen af, zodat zij niet langer getuige hoefde te zijn van het feit dat haar zoon de nalatenschap van zijn vader met de voeten treedt. Sir Caulas zucht nogmaals diep. Hij heeft maar weinig geduld met vrouwen die zo graag hun eigen drama creëren. 
Het leven van een Earl is zwaar.
Vrouwe Enide smeekt hem nu om haar zoon Dinain onder zijn hoede te nemen, zodat hij zijn vazal de echte waarde van het ridderschap kan onderwijzen. Nu dwaalt hij steeds meer af van het rechte pad en zij kan het niet langer aanzien. 
Sir Caulas vreest het ergste, maar vraagt het voor de zekerheid toch even na. Is Dinain niet trouw aan zijn leenheer, Sir Caulas? Is Dinain niet trouw aan zijn koning, Arthur? Is Dinain een lafaard in de strijd? Vrouwe Enide antwoordt dat trouw of dapperheid het probleem niet zijn, maar Dinain toont geen respect voor vrouwen, voor de broederschap van ridders, voor adeldom en voor religie. Zij is bang dat hij aan een kwalijk einde komt, wanneer hij geen verdere begeleiding krijgt van nobele ridders, als Sir Caulas. 
Sir Caulas vertrouwt het totaal niet. Een of andere vreemde vrouw, die hij totaal niet kan plaatsen (recognize fail) met een wazig verhaal over een ridder die zich wel weet te handhaven in de strijd, maar verder een beetje een lomperik is, hij ziet het probleem niet zo. Hij heeft ridders als Uther en Madoc van dichtbij meegemaakt en dit klinkt als het toppunt van ridderlijkheid. 
En Sir Caulas heeft een diep geworteld wantrouwen jegens Morgaine. Hij vermoedt dat deze dame Morgaine zelf is, of anders een agente van Morgaine. Sir Caulas denkt even na en stuurt dan ridders Eric en Gwenda mee met Dinain om hem het een en ander bij te brengen. Sir Gwenda en Sir Eric zijn zelf ook nog vrij onervaren ridders en kunnen misschien ook nog iets leren van Dinain. 

Sir Dinain neemt Sir Eric en Sir Gwenda mee naar een leen dat in de buurt van het zijne ligt. Daar woont Sir Plenorias. Op zijn grondgebied staat aan de rand van het woud een verlaten toren, waar het spookt. Elke nacht verschijnt daar een monsterlijk, misschien wel duivels wezen. Het lijkt een reusachtig, kwaadaardig hert te zijn. 

Afbeeldingsresultaat voor british red deer
Ook niet-duivelse versies zijn behoorlijk imposant.

Iedereen is bang van het monster, en mijdt de toren. Wanneer iemand een nacht in de toren door kan brengen en het er levend afbrengt, zou de vervloeking opgeheven kunnen worden. Sir Dinain durfde het niet. Sir Eric en Sir Gwenda willen nu toch wel eens zien wat er gaande is. 
Van Sir Plenorias krijgen zij toestemming om naar de toren te gaan. Eenmaal daar aangekomen herkent Sir Gwende de toren als een oude Christelijke kapel. Zij ruimt samen met de andere ridders het een en ander op. Wanneer zij alle planten en struiken en zo weghalen, zien zij dat er nog een paar gekleurde ruiten in de ramen zitten, waardoor er een gekleurd licht naar binnen valt. Verder vinden zij ook nog wat achtergelaten, kromgetrokken kaarsen. 
Buiten realiseert Sir Eric zich dat het bosje naast de kapel ook aangelegd is. Wanneer hij daar wat planten wegsnoeit ziet hij dat het een oud druïdenbosje is geweest. In het midden staat zelfs een standbeeld van een springend hert. Is dit dan een heilige plek voor lokale aanhangers van het oude geloof?

Wanneer de nacht valt, steken de ridders kaarsen aan en zij wachten af. In het duister komt er inderdaad een enorm wezen het gebouw in gelopen, maar door het kaarslicht zien zij geen demonisch hert, maar een groot Edelhert, die nog groter lijkt, omdat er allemaal troep in zijn gewei hangt en over zijn schouders hangt. 
De ridders zijn dapper en vangen het hert en ontdoen het van een groot deel van de troep, waarna het wegvlucht. 

Wanneer het weer ochtend wordt, gaan de ridders op zoek naar een nabijgelegen klooster, om daar aan te geven dat zij een kapel gevonden hebben en dat het een goed idee zou zijn om die weer verder op te knappen en in het beheer te laten van een religieuze orde. 
Wanneer zij het terrein van het klooster oprijden, wordt Gwenda aangesproken door een wat verwilderd uitziende man. Het blijkt haar oom Dafy de Grote te zijn. Die verdween tijdens de onrustige dagen in Londen, toen de Jonge Arthur voor het eerst het zwaard uit de steen trok. Kennelijk is hij hier terecht gekomen. 
Gwenda wil hem niet herkennen. Zij vindt het wel fijn om een ridder te zijn en aan het hoofd te staan van de familie Berwick St. James. Als Daft terugkeert, wil hij misschien ook zijn invloed terug. En nu zij hem spreekt wordt zij niet verder gerustgesteld. Dafy blijkt een enorme, diepe haat ontwikkeld te hebben jegens alles wat heidens is. Dat moet allemaal uitgeroeid worden en het Christendom moet overal verspreid worden. Daar wordt Gwenda helemaal niet vrolijk van. 

Sir Gwenda en Sir Eric besluiten om vlot weer te vertrekken, nadat zij hun boodschap hebben achtergelaten. Beiden geven een donatie aan het klooster, zo lang als Dafy op hun terrein blijft. Die boodschap komt ook over. 


Winterphase 513/ 514

Sir Caulas krijgt een zoon, hij noemt hem Yorick. 

Gwende regelt een huwelijk tussen Sir Dinain en haar halfzus, Gwena. 

En uit het huishouden van Sir Eric verdwijnen zijn twee nichtjes Cornelia en Columba. Zij zijn dochters van Sir Edward van Burcombe en zijn vrouw, Cornelia Livius, en daarmee dus ook de achternichten van Sir Ignaeus. En ze zijn nog maar 10. Zijn ze ontvoerd door Saksen? Door slavenhalers of door monsters uit Faerie? Niemand die het weet. 

dinsdag 4 april 2017

De Droomsteen

Alweer een maand voorbij en tijd om een nieuw boek te bespreken. Dit keer wordt het de Droomsteen van C. J. Cherryh.



De Droomsteen

De Droomsteen (The Dreamstone) leerde ik kennen uit de Bibliotheek in mijn oude dorp, die eigenlijk best een goede Nederlandstalige SF/ Fantasy sectie had. C. J. Cherryh is een schrijfster uit de VS, die zowel fantasy als science fiction heeft geschreven. Ik weet dat ik later ook nog de Rusalka trilogie van haar hand heb gelezen.
De Droomsteen kwam in 1983 in de VS uit en de Nederlandse vertaling verscheen in 1984. Ik zal het boek een paar jaar later hebben gelezen in de vroege jaren '90 of zo. En een paar jaar geleden kwam ik het weer tegen in de Slegte in 's Hertogensbosch, tijdens een wandelingetje in mijn pauze.

Spoilers!

Indruk toen

Indertijd maakte het boek veel indruk op mij. Ik was helemaal weg van de verhouding tussen de wereld van de Elfen en de wereld van de Mensen. Zij leefden naast elkaar, maar ieder in een andere wereld, die soms kon overlappen. Of mensen (en Elfen) konden de oversteek maken van de ene wereld naar de andere. 
De mensen hadden de wereld overgenomen, met hun ijzer en hun oorlog en de elfen waren vertrokken met hun magie. Maar een elf was achtergebleven en zij bewaakte het woud waar ze zo lang woonde. Maar nu kwamen de mensen tenslotte ook naar haar woud en moest zij positie innemen in de wereld van de mensen. 

Deel 1: De Gruagach


Hoofdstuk 1


Het verhaal begint dromerig met een vertelling over hoe de dingen die het eerst op aarde waren,werden verdreven door de mensen, behalve op een plek, het Ealdwoud, waar de mensen niet kwamen, en de dingen van voor de mensen zich hebben teruggetrokken. Maar op een avond komt er toch een man het Ealdwoud in, en hij heeft het lef een vuurtje te maken en een vis te eten. Arafel, een elf die zichzelf ziet als de laatste beschermster van het Ealdwoud, kan dit niet accepteren en spreekt hem aan. 
Het blijkt Niall te zijn, een man die strijdt in naam van een gevallen Koning, wachtend op de terugkeer van zijn erfgenaam. Maar de overwinnaars zijn na de dood van de Koning alleen maar sterker geworden en Niall leidt een zwervend bestaan. Arafel interesseert dit allemaal niets, koningen komen en gaan zo snel voor haar, dat zij het niet bij kan houden. Zij leidt hem naar een veilige plek, de Hoeve van Beorc in de Bruine Heuvels.

Hoofdstuk 2


De Hoeve van Beorc en Beorc zelf lijken magisch te zijn. De tijd verglijdt er langzaam en de oorlog tussen de mensen komt niet naar de Hoeve van Beorc. En alleen die mensen, die geen kwaad zullen brengen, kunnen de Hoeve vinden. De Hoeve trekt daarmee een vreemde schare aan bewoners aan, waaronder ook een wezen dat niet geheel menselijk lijkt te zijn, de Gruagach. Niall komt er tot rust. 
Op een dag wordt de rust natuurlijk verstoord, wanneer een van Nialls oude strijdmakkers ook de weg naar Beorcs Hoeve weet te vinden. Hij vertelt dat de strijd nog steeds doorgaat en men wacht tot de jonge Prins Laochailan is opgegroeid tot een jongeman. Maar Niall zegt dat hij nu al oud is (47) en nog zeker 20 jaar zal moeten wachten. Dan is hij te oud. De strijd is voor jonge mannen.

Hoofdstuk 3


En dan komt er nog een jongeman, Fionn, een minstreel en zingt oude liederen over de strijd. Hij herkent Niall en was zelf ook koningsgezind. Hij wil weten waarom Niall en zijn strijdmakker zich begraven hebben in een boerderij, terwijl zijn land Caer Wiell is ingenomen en de verrader Evald, een neef van de oude Koning, het nu bezit.
Wanneer Niall aangeeft dat er te weinig medestanders van het oude regime over zijn om strijd te leveren tegen de verraders en dat degenen die dat vuur nog wel bezitten veel te oud of veel te jong zijn om strijd te leveren, vertrekt Fionn weer. Ook de oude strijdmakker van Niall vertrekt, nadat de minstreel vertrokken is.
De Gruagach doet allerlei vreemde voorspellingen die Niall niet kan duiden, maar die hem wel vreselijk onrustig maken.

Hoofdstuk 4


In het Ealdwoud bemerkt Arafel weer dat er iemand door haar wouden loopt, ditmaal is het Fionn, die zij daar al eerder bemerkt heeft. Hij wordt achtervolgd en Arafel leidt hem het Ealdwoud uit, naar Caer Wiell. Ze worden ingehaald en het leidt tot een confrontatie tussen de mensen met hun ijzer en Arafel. Arafel geeft haar groene juweel aan haar keel af aan Evald, de huidige heer van Caer Wiell, in ruil voor het leven van Fionn. Wanneer zij wegloopt probeert Evald haar alsnog te doden. Maar kennelijk kan zij tussen de werkelijkheid van de mensen en die van de elfen heen en weer gaan. En wat er in de wereld van de mensen gebeurt, heeft maar weinig effect in de wereld van de elfen. 

Hoofdstuk 5


Arafel en Fionn verblijven nog steeds in het Ealdwoud. Maar wanneer Arafel haar ogen sluit, droomt zij van het leven dat Evald leidt, die nu haar droomsteen draagt. Zij probeert deze woeste man te beïnvloeden tot meer vreedzaamheid, maar dat maakt hem alleen maar kwader. Arafel en Evald beïnvloeden elkaar meer dan Arafel verwacht had. Hij droomt haar dromen, maar zij droomt ook de zijne. En nu kan zij niet meer dieper de elfenwereld ingaan, en is zij ook gebonden aan de wereld van de mensen.
Fionn kan dit niet aanzien, probeert de Droomsteen van Evald te stelen, maar sterft daarbij. Arafal neemt wraak op Evald door hem dieper en dieper het Ealdwoud in te lokken. Heen en weer gaand tussen de werelden van de mensen en de elfen, weet zij het zwaard van ijzer te ontwijken en uiteindelijk doodt zij Evald.

Hoofdstuk 6


De strijdmakker van Niall heeft de weg terug weten te vinden naar de Hoeve van Beorc, door het paard waar hij op reed zelf zijn weg te laten vinden. Hij brengt de boodschap dat Evald van Caer Wiell gevallen is. Niall kan zijn vesting weer innemen, nu, terwijl er niemand regeert. Niall geeft daaraan gehoord en vertrekt, samen met zijn strijdmakker en Scaga, een jongen die ook op de Hoeve van Beorc woonde. 
De Gruagach doet nog allerlei vreemde voorspellingen over iemand in het Ealdwoud die nu echt wakker is geworden en die vreselijk is.

Hoofdstuk 7


Het hoofdstuk opent met Maera, de vrouw van Evald en nicht van de oude koning. Zij is bang dat haar man dood is, en dat daarmee een van zijn mannen zich Caer Wiell en haar zal toeëigenen en dan ook meteen haar zoontje bij Evald (ook Evald) zal doden. Maar op het laatste moment blijkt het Niall te zijn, die Caer Wiell inneemt en aan zich onderwerpt. Hij huwt Maera, adopteert haar zoon en verwekt nog twee dochters bij haar. Caer Wiell ligt redelijk geïsoleerd en wordt niet lastig gevallen door mensen die trouw waren aan de verrader Evald.

Hoofdstuk 8 


Niall wordt oud en hij denkt aan zijn naderende einde. Hij heeft hierover gesprekken met Evald jr, die nog maar 16 is (dan is er 11 jaar voorbij gegaan sinds hoofdstuk 7, toen was Evald jr. 5). Hij huwelijkt Evald uit aan Meredydd, een dochter van een van zijn vrienden. En ook voor zijn dochters zoekt hij mannen onder de zonen van zijn vrienden. Zo wil hij zijn familie beschermen. 
De Gruagach komt nog eenmaal langs, hij probeert Niall mee te nemen naar de Hoeve van Beorc, maar Evald verjaagt hem, omdat hij niet weet wat het voor een wezen is. De Gruagach is bang van al het ijzer dat in Caer Wiell te vinden is. En hij waarschuwt de mensen van Caer Wiell nog om niet met al dat ijzer het Ealdwoud in te gaan. 

Deel 2: De Sidhe


Hoofdstuk 9


Arafel dwaalt door haar Ealdwoud en komt in het centrum, waar haar volk vroeger danste en hof hield. Daar treft zij de Dood, die kwam toen de mensen ook naar haar land kwamen. En hij regeert over nog een ander Ealdwoud, waar dood en verderf heerst. Maar de Dood kan haar niet raken, want zij is onsterfelijk, maar zij vervaagt wel, als haar woud ook kleiner en kleiner wordt. 
Samen wandelen zij door het Ealdwoud en komen ook in het woud dat door de mensen gezien wordt. Waar Fionn gevallen is, groeien nu bomen tussen zijn botten en Arafels nieuwsgierigheid naar de mensen met wie zij kort contact had, laait weer op.

Hoofdstuk 10


Arafel gaat naar de mensen toe en ze toont interesse in Branwyn, een meisje van Caer Wiell. Met kleine toveringen lokt ze het kind naar zich toe. Later, als het kind ouder is, probeert ze het weer, dan besteedt ze veel aandacht aan Branwyn. En op een dag verdwaalt Branwyn natuurlijk in het Ealdwoud en Arafel probeert haar dan mee te voren de elfenwereld in. Maar het kind kiest toch voor de mensen en haar vader, Evald, die nu een man met vrouw en kinderen is.

Hoofdstuk 11


De jonge koning Laochailan staat op en claimt zijn geboorterecht. En Evald steunt hem, zoals Niall hem leerde. Maar hij heeft net als Niall weinig plezier in het oorlogvoeren. 
Dan is er een grote slag geleverd, Evald wil terugkeren naar huis, dat mogelijk nog bedreigd wordt door laatste restanten van zijn tegenstanders. Maar Laochailan wil hem niet laten gaan, nog altijd bang voor het bloed van verraders dat door zijn aderen stroomt. 
Uiteindelijk, voordat de gemoederen te hoog op kunnen lopen, stelt Ciaran Cuilan voor dat hij als boodschapper naar Caer Wiell zal gaan, om de mensen daar te vertellen dat ze moet moeten houden, en dan de koning overwonnen heeft.

Hoofdstuk 12


Ciaran Cuilan gaat op weg. Hij komt terecht in een hinderlaag en rent het Ealdwoud in. Daar wordt hij achtervolgd en op de een of andere manier weet hij zijn weg naar de wereld van de elfen te vinden. Hij vindt een zwaard en houdt zich daarmee de achtervolgers van het lijf, maar hij raakt ook dodelijk gewond. Arafel vindt hem.

Hoofdstuk 13


Arafel verzorgt de gewonde Ciaran. Zij denkt dat Ciaran elfenbloed heeft, en dat hij daarom zo makkelijk de weg naar de wereld van de elfen kon vinden in het Ealdwoud. En hoewel Ciaran dankbaar is voor de genezing die hij kreeg van Arafel, wil hij meteen door met zijn missie, naar Caer Wiell. Zij geeft hem ook een droomsteen mee, die van de elf Lioslath, die al eerder vertrokken is uit de wereld van de elfen. 
Arafel vertelt ook meer over de elfse geesten die nog leven tussen de mensen, die zijn klein, dom en gek en niet te vergelijken met elfen als Arafel. En de verschillen tussen de werelden van de mensen en de elfen. In de wereld van de elfen gaat de tijd nauwelijks voorbij, waardoor de vorm van het landschap heel anders kan zijn dan in de wereld van de mensen, waar een rivier wel een heuvel met erosie heeft veranderd, bijvoorbeeld. 
Arafel brengt Ciaran naar Caer Wiell en laat hem daar achter.

Hoofdstuk 14


In Caer Wiell wordt Ciaran met wantrouwen ontvangen, omdat hij zonder aankondiging over de muur van een belegerde vesting wist te komen. Terwijl hij om zich heen kijkt, herinnert hij zich Caer Wiell uit de dromen van Arafel, toen zij haar gedachten deelde met Evald Sr. (in hoofdstuk 4 en 5). 
Ciaran kan zijn boodschap overbrengen aan vrouwe Meredydd. Met dit goede nieuws wordt hij warm onthaald. 
Maar Ciaran maakt zich zorgen. Er zijn wel erg veel vuren van de vijand te zien. Hij heeft toch maar een nacht in het Ealdwoud doorgebracht? Of waren het er meer? Hoeveel meer?
En Ciaran valt natuurlijk onmiddellijk voor de jonge Branwyn, dochter van Evald en Meredydd. Arafel vindt dit maar niets, zij weet nog hoe Branwyn koos voor de mensen en ze wil niet dat Ciaran ook voor mensen kiest (hoofdstuk 10).
In de nacht droomt Ciaran van Lioslath, en hoe het eens geweest was als elfenprins om te regeren over Caer Glas, zoals Caer Wiell in die tijd heette. Ciaran vindt dat maar niets en legt de droomsteen opzij. Maar dan wordt hij weer achtervolgd door de Dood, die hem in het Ealdwoud al verwondde (hoofdstuk 12).

Hoofdstuk 15


Ciaran twijfelt over alles. Hij moet zijn familie onder ogen komen met het geheim dat hij deels elfenbloed heeft. Hij is verzwakt en als hij niet wil sterven zal hij een elfensteen moeten dragen met de ziel van een elfenprins die mensen haatte. En de legers van zijn koning verschijnen maar niet en zijn misschien al wel verslagen, terwijl hij sliep in elfenland.
Ondertussen beginnen de belegeraars te morren en te onderhandelen. Is dat omdat zij gewonnen hebben? Of omdat zij wanhopig zijn en de troepen van de koning eraan komen? Niemand die het weet.
Die avond volgt een echte aanval. Ciaran wil meevechten, maar zolang hij de droomsteen draagt, kan zijn lichaam geen ijzer verdragen. Hij zakt in elkaar. Nadat de slag voorbij is, kunnen de andere bewoners van Caer Wiell wel raden wat er gaande is. Ciaran kan geen ijzer hanteren, zo gaat dat met elfen.

Hoofdstuk 16


Ciaran lijkt alleen te zijn. De mensen vertrouwen hem niet meer en Arafel lijkt hem ook verlaten te hebben. met behulp van de Droomsteen van Lioslath verdwaald hij in de wereld van de Dood. Maar Arafel vindt hem en neemt hem mee naar de elfenwereld. Daar maken ze ruzie, maar Ciaran gebiedt Arafel om te hem en de mensen van Caer Wiell te helpen, door haar naam drie keer te uiten.
De volgende morgen komt Arafel naar Caer Wiell om de mensen te helpen, zij accepteren die hulp maar met tegenzin. Arafel waarschuwt hen, dat er misschien meer op het spel staat dan een strijd tegen andere mensen. De mensen accepteren haar hulp toch.
Ciaran is bang dat er niet alleen een strijd tegen mensen gevoerd zal worden, maar ook een strijd tussen verschillende krachten uit het Ealdwoud.

Hoofdstuk 17

Arafel gaat diep het Ealdwoud in en roept de zielen van de vertrokken Sidhe tot zich, door middel van hun droomstenen, die zij achterlieten, toen zij deze wereld verlieten. Zij haalt haar wapenuitrusting bij elkaar en ze roept de elfenpaarden op. Arafel keert met de paarden en wapens terug naar Caer Wiell. Samen met Ciaran en wat menselijke ruiters zal zij een uitval leiden. Daarbij kunnen zij razendsnel tussen de elfenwereld en de mensenwereld heen en weer gaan, waardoor de slagen van ijzeren zwaarden hen niet zullen raken.

Hoofdstuk 18


Arafel en Ciaran gaan de strijd aan met de belegeraars. Maar de kwade wezens die ook uit de wereld van de elfen komen, zijn aangetrokken tot de steen en de wapens en het rijdier van Lioslath, die weer gebruikt worden. Zij denken dat hun vijand weer onder hen is en proberen hem aan te vallen, terwijl ook de oorlog tussen de mensen woedt. 
dan blijkt dat de reden dat Arafel nooit is vertrokken met de andere Sidhe is omdat er onder het Ealdwoud nog altijd van deze kwade wezens wonen. En door haar aanwezigheid in het Ealdwoud, blijven zij verborgen. 
De Dood komt ook af op de strijd en hij weet dat er elders ook gestreden is, en dat daarom de Koning niet kan komen. Hij wordt elders tegengehouden door andere legers. 
Ciaran ziet in dat hij de strijd niet kan redden en hij geeft zich over aan de geest van Lioslath, die nog altijd in de droomsteen woont. Alleen zo kan hij krachten aanboren waarmee hij de geesten van het Ealdwoud de baas kan. 
En na een lange strijd waarin veel mensen vallen, overwinnen Arafel en Ciaran en de mensen van Caer Wiell dan toch. En dan komt ook de Koning Laochalain eindelijk aan met zijn manschappen. Ciaran voelt zich slecht op zijn gemak bij deze mensen, die hem niet herkennen in zijn uitrusting van een elfenprinst. En hij krijgt last van al het ijzer dat zij dragen. Het is nu voor iedereen duidelijk dat hij elfenbloed heeft, en zijn vader wil niets met hem te maken hebben. En ook zijn Koning en Evald zijn bang van hem. 

Hoofdstuk 19


Ciaran en Branwyn gaan te voet het Ealdwoud in. Zij zijn op zoek naar Arafel en willen haar al haar geschenken teruggeven, het paard, de wapens en de Droomsteen van Lioslath. Ciaran en Branwyn kiezen voor een leven als mensen.
Arafel blijft achter, maar zij zorgt nu niet alleen meer voor het Ealdwoud, maar ook voor de vallei waar Caer Wiell in ligt, zodat daar goede oogsten zijn. En als zij dan terugkeert naar het Ealdwoud, ziet zij daar dat in het hard van het woud weer een klein, nieuw boompje groeit.

Indruk nu

Nu ik het boek weer herlezen heb, komt er veel terug. Veel was zoals ik me herinnerde, de dromerige sfeer. Het contrast tussen de vredige, eenzame wereld van de elfen en de drukke, bloederige wereld van de mensen. Ook het contrast tussen de belangen van de mensen en de belangen van de laatste elf. Nog steeds een mooi boek en het (her)lezen zeker waard.