donderdag 9 juli 2015

Pendragon XXV - Een einde aan de onrust?

Het is weer tijd voor een nieuwe sessie van Pendragon. Dit verslag bestaat uit twee delen. Het eerste deel is een solo inhaal-sessie met Sir Eliot, wiens speler wegens een verkeersongeluk en de nasleep daarvan de vorige twee sessies heeft moeten missen (Pendragon XXIII en Pendragon XXIV). En het tweede deel is dan het vervolg, waarbij alle ridders weer tesamen zijn. Dit is ook de sessie waarin we het jaar 500 A. D. zullen afsluiten. We hebben dan 3 afleveringen gedaan over jaar 500, wat heel veel is. meestal doen we 1,6 aflevering over 1 jaar (Ja, dat soort dingen reken ik dan uit).
In deze laatste sessie zullen we zien of de ambities van Koning Idres gestopt kunnen worden.

Pendragonpagina
Benno van Steeple Langford
Caulas van Tisbury
Eliot van Burcombe
Gilbert van Berwick St. James
Ignaeus Livius van Broughton

Deel 1: Inhaalsessie 

Nadat Sir Ignaeus met de meest vooraanstaande ridders van Salisbury en een groot contingent van de ridders van Tisbury is vertrokken naar Dorset, om naar zijn aangetrouwde neef, Jonathel, Preator van Dorset, te steunen tegen de aanvallen van Idres, Koning van Dorset, heeft hij Sir Eliot van Burcombe achtergelaten om zijn taken als Earl - Regent van Salisbury waar te nemen.

Sir Eliot trekt met zijn nieuwe vrouw, Inga van Kent, naar Sarum en overziet van daaruit Salisbury.
Dan ontvangt hij een brief, met het zegel van een gouden draak. 

Cerdic, Koning van Wessex

Het is een brief van Cerdic, Koning van Wessex. Hij stuurt per brief felicitaties aan Sir Eliot, voor zijn huwelijk met Inga van Kent, die een volle nicht is van Cerdic. Cerdic is de zoon van Hoge Koning Vortigern en zijn Saksische vrouw, Prinses Rowena. En Rowena was de zuster van Octa, die  weer de vader is van Inga. Sir Eliot is ingetrouwd in een belangrijke familie!
De brief gaat verder. In naam van de goede relatie die hij met zijn nicht heeft, wil Koning Cerdic graag op bezoek komen in het mooie Salisbury.
Sir Eliot beseft dat hij Koning Cerdic niet met goed fatsoen kan weigeren. Maar nerveus is hij wel. Cerdic en zijn Gewessi zijn halve Saksen. En van de Saksen kun je tenminste nog opaan, dat zijn onbetrouwbare barbaren. Maar de Gewessi, die zijn zowel Saks als Brits en volstrekt onwaarachtig natuurlijk. Vandaar dat Sir Eliot alle ridders van zijn Salisbury landgoederen oproept om naar sarum te komen. Dat zijn er nog best veel, een man of 35, met natuurlijk hun squires en voetsoldaten. Hij gebruikt hen om de muren van Salisbury te bemannen. Daarnaast geeft hij ook nog veel geld uit om de muren van Salisbury te verstevigen. Enige tijd geleden had vrouwe Ellen hier al opdracht toe gegeven, maar Sir Eliot investeert hier verder in.
Wanneer Koning Cerdic arriveert heeft hij inderdaad een klein gevolg bij zich, passend bij zijn status als Koning van Wessex. Sir Eliot ontvangt hem met alle egards. Hij installeert het gevolg van Koning Cerdic buiten de muren van Sarum, Koning Cerdic verblijft met een paar bedienden in het kasteel van Sarum zelf. Die avond richt sir Eliot een feestmaal aan voor Cerdic. Tijdens het feestmaal kan Sir Eliot het niet laten om allemaal kleine steekjes onder water te geven over het verslaan van de Saksen, zoals het gevangen nemen van zijn schoonvader Octa in 490 in de Slag bij Lindsey. Cerdic pikt dat wel op natuurlijk en laat weten dat zijn nicht hem zeer dierbaar is, wanneer zij verdrietig is, zou hij in moeten grijpen.
In de loop van de avond gaat er meer en meer bier over tafel. Sir Eliot heft iedere keer het glas en dringt aan dat Cerdic meedrinkt (indulgent succes). Maar Cerdic houdt zich in (Indulgent fail).

De volgende dag vindt er daadwerkelijk een gesprek plaats tussen Cerdic en Sir Eliot.
Cerdic is op zoek naar meer samenwerking met Salisbury. Salisbury is tenslotte een rijk Graafschap, daar de banden mee aanhalen kan nooit kwaad. Er wordt gesproken over het uitwisselen van schildknaapjes en pages om meer begrip voor elkaar te kweken.
Sir Eliot heeft nog twee ongetrouwde zussen en hij geeft Enida en Esclarmonde de opdracht om zich onder de Gewessi ridders te begeven om te bezien of zij een Gewessi ridder aan de haak kunnen slaan.
Cerdic doet nog het aanbod dat Salisbury trouw kan zweren aan Cerdic en Wessex, in plaats van aan Uther. Uther doet namelijk niet zoveel voor de koningen die onder zijn bescherming staan. Ondanks dat Sir Eliot bekend staat om zijn wispelturige karakter (Arbitrary 16), blijft hij toch trouw aan Uther.  
Cerdic neemt afscheid van zijn nicht Inga en neef Eliot en vraagt hen om volgend jaar vooral in Wessex op bezoek te komen.

Nanteleod, Koning van Escavalon

Terwijl Sir Eliot wacht op berichten van zijn vrienden, hoort hij dat Nanteleod, Koning van Escavalon de Ieren in Estregales heeft aangevallen. Verder hoort hij ook dat er een fikse Saksische invasie plaatsvindt bij Norwich. Dat kan alleen maar problemen geven.

Deel 2: Ondertussen, in Devon

De groep ridders uit Salisbury heeft Exeter ingenomen. Nu nemen zij een paar dagen de tijd om bij te komen en hun gewonden te inventariseren. Ondanks dat zij een klinkende overwinning hebben behaald, zijn er toch een flink aantal gewonden. Sir Benno is ernstig gewond en zal voorlopig niet verder reizen. Sir Gilbert is in een diepe depressie weggezakt (Melancholy, na de Passion Loyalty Lord fail vorige keer).  Sir Ignaeus wil hem uit zijn depressie halen en doet dat op de enige manier die hij weet, hij slaat sir Gilbert Knockout met de platte kant van zijn zwaard. Sir Gilbert valt ter aarde en mag bijkomen en herstellen van zijn wonden, samen met Sir Benno. 

Sir Caulas vroeg aan Sir Ignaeus, die de meeste kennis heeft van wetgeving, naar een geschikte bruid voor hem. Sir Ignaeus wilde zich daar niet teveel mee bezig houden en heeft deze vraag doorgespeeld naar Sir Benno. Zolang Sir Benno moet letten op Exeter, zal hij ook zijn ogen open houden voor een geschikte bruid voor Sir Caulas, die daarmee zijn claim op Exeter zal weten te verstevigen. 

Sir Caulas laat ook verkenners uitgaan naar de verschillende huurling-troepen die nog in Devon rondhangen. Hij laat hen weten dat Prins Mark van Cornwall dood is en dat hij en zijn leger zullen optrekken tegen Koning Idres. Hij geeft hen de kans om zich bij hem en de andere ridders uit Salisbury aan te sluiten. Veel huurlingen maken daar gebruik van. Dit zijn arme ridders en gewone mensen. Vaak te voet en als zij al een paard hebben, zijn het zeker geen goede strijdrossen zoals Sir Caulas die heeft. 

Juni, Ilminster

Ridders Ignaeus en Caulas trekken met hun leger van Exeter naar Ilminster. Aangekomen in Ilminster zien zij een klein stadje bij een rivier. De poorten zijn dicht. Sir Ignaeus en Sir Caulas sturen een heraut vooruit om te spreken met de mensen in Ilminster. Na wat heen en weer geschreeuw wordt de leider van Ilminster gehaald om te spreken met Sir Ignaeus en Sir Caulas. Sir Ignaeus neemt het geconserveerde hoofd van Prins Mark van Cornwall mee op een grote lans, met het schild van de Prins, om aan te geven dat het hen menes is. 

Je moet het hoofd erbij bedenken. 
Sir Cador staat op de muren van Ilminster om te spreken met Sir Ignaeus en Sir Caulas. Hij beziet de enorme legermacht en de brute ridders, die zijn heer gedood hebben. Hij beziet het hoofd van Prins Mark, voormalig erfgenaam en kroonprins van Cornwall. Met een wit gezicht gaat hij het gesprek aan. Sir Ignaeus geeft aan dat Ilminster zich over kan geven, en dan kan iedereen terug naar Cornwall vertrekken, of hij zal aanvallen en dan zal er met Ilminster gebeuren, wat er met Exeter gebeurd is. Sir Cador van Cornwall vraagt om bedenktijd tot zonsondergang, hij wil overleggen met zijn adviseurs. Sir Ignaeus staat hem en de zijnen die bedenktijd toe.

Cador, ridder uit Cornwall

Met zonsondergang komt Sir Cador naar buiten, samen met een klein gezelschap van andere ridders. Hij geeft zich over aan Sir Ignaeus en vraagt om morgen te mogen vertrekken naar Cornwall. Sir Ignaeus en Sir Caulas keuren dat goed, maar staan er wel op dat alle geroofde spullen van de goede mensen van Devon en Jagent achterblijven in Ilminster. Sir Cador zegt dat ook toe.
Sir Caulas geeft nog aan dat Sir Cador en de zijnen zich eventueel aan kunnen sluiten bij de ridders uit Salisbury en kunnen strijden tegen Koning Idres. Maar Sir Cador zegt dat hij nooit meer iets met Uther en de zijnen te maken willen hebben, sinds hij Hertog Gorlois aanviel, die de leenheer en familie van Cador was. Sinds Uther het hertogdom Cornwall heeft ingenomen is Cador zonder land en het was Koning Idres die weer een onderdag en positie bood aan Cador.
Sir Ignaeus laat weten dat hij in dat geval misschien het beste snel terug kan keren naar Cornwall en de onbeschermde landerijen van Koning Idres te beschermen. Zij zullen nu optrekken tegen Idres in Ilchester. Wanneer hij terugkeert naar Cornwall, zal hij sterk verzwakt zijn. Cador begrijpt de hint en keert terug naar Cornwall.


Juni, Ilchester

Sir Ignaeus en Sir Caulas nemen Ilminster in en stellen orde op zaken. Zij laten een kleine legermacht achter om Ilminster te verdedigen en trekken verder naar Ilchester langs de Fosse. Sir Caulas is eigenlijk van plan om plunderend en brandschattend door Jagent te trekken, op weg naar Koning Idres. Maar Sir Ignaeus is daarop tegen. Hij wil dat pas doen wanneer zij achtervolgd worden door Koning Idres. Maar nu nog niet. 
Ilchester is een grotere stad met een flinke verdediging. En het nieuws over de val van Exeter is hier al doorgedrongen. Buiten de muren bevinden zich de kampvolgers, het voetvolk en andere betrokkenen bij het leger. De ridders en soldaten bevinden zich binnen de muren van Ilchester en die zijn stevig dicht. De banier van Koning Idres wappert op de muren, dus hij bevindt zich hier. 

Sir Ignaeus en Sir Caulas sturen weer een paar herauten vooruit om aan te geven dat zij willen praten. Deze herauten worden tegen gehouden. Er is wat over en weer gepraat en de herauten keren terug met lege handen. Sir Igneaus geeft zijn voetsoldaten en de huurlingen die zij hebben opgepikt in Devon de opdracht om het kampement buiten de muren van Ilchester over de kling te jagen. Wat ze kunnen grijpen, mogen ze houden. De huurlingen storten zich op het kampement, doden de mannen, roven de spullen en pikken de leuke vrouwen eruit voor zichzelf. De mannen zijn erg succesvol en de kampvolgers zijn geen echte soldaten natuurlijk. Koning Idres zit nu in een lastig parket. Zijn troepen binnen de muren van Ilchester kunnen niet verder bevoorraad worden. En vanuit Ilminster of Exeter zal hij ook geen verdere steun kunnen verwachten. 

De volgende dag willen Sir Ignaeus en Sir Caulas weer in gesprek met Koning Idres. Hij wil hun aanbod van overgave en terugtrekken naar Cornwall niet horen. Hij is woedend dat zij zijn zoon en erfgenaam, Prins Mark gedood hebben en nu als barbaren rond-paraderen met zijn hoofd. Koning Idres kan van woede niet meer uit zijn woorden komen en hij rent weg van de muren. Sir Ignaeus en Sir Caulas draaien om en keren terug naar hun troepen om de aanval op Ilchester voor te bereiden. dan horen zij dat Koning Idres naar buiten komt. Hij stormt op Sir Caulas af, de moordenaar van zijn zoon.
Verschrikt geeft Sir Caulas zijn paard de sporen. Hij is nu niet voorbereid op de strijd en Koning Idres is een formidabele tegenstander. Sir Ignaeus ziet het gevaar voor zijn vriend en hij wil Koning Idres aanvallen. Maar dan wordt hij overvallen door een diep gevoel van hopeloosheid (Passion loyalty group fumble!). Hij valt hier nu een Koning aan, terwijl die Koning zojuist nog mensen in Dorset aanviel. Zijn mannen joegen gisteren nog allemaal kamp-volgers over de kling, terwijl zijzelf eergisteren waarschijnlijk nog mensen uit Jagent over de kling joegen. Waar is het allemaal goed voor, al die strijd. Het zou beter zijn om het allemaal op te geven.

Sir Igneaus geraakt in een diepe depressie en hij kan zich niet meer interesseren voor het leven van ridderschap. Hij verdwijnt hier uit het verhaal. Maar Sir Caulas valt dat nog niet op, hij vlucht voor Koning Idres. 

Sir Caulas vlucht voor Koning Idres en hij stormt zijn eigen linies binnen. Koning Idres heeft een een-mans-actie ondernomen en wordt niet gevolgd door zijn eigen ridders. Sir Caulas brult dat hij L50,- zal geven aan de man die hem het hoofd van Koning Idres bezorgd. De huurlingen in de frontlinies horen dit en storten zich als piranhas op de door verdriet verblinde Koning. Even later komt een huurling het hoofd brengen aan Sir Caulas.

Met de dood van hun Koning en hun Kroonprins, zijn de Cornishmen in Ilchester zonder leiding. Ook staan zij tegenover een groot leger. Zij kiezen eieren voor hun geld en geven zich over. Sir Caulas neemt Ilchester in en neemt alle geplunderde spullen ook over van de Cornishmen. Hij onderneemt een zoektocht naar Sir Ignaeus, maar hij kan deze door wanhoop bevangen ridder nergens vinden. Sir Caulas laat Sir Benno en Sir Gilbert over komen uit Exeter. Met hen trekt hij naar Sarum, om daar verslag te leggen van zijn avonturen en Sir Eliot te informeren. Dan trekken de ridders door naar Londen, waar Hoge Koning Uther te vinden is. Hoge Koning Uther is de ridders erg dankbaar dat zij de plannen van Koning Idres gestopt hebben. Hij zal nog nadenken over een gepaste beloning.

Winterphase 500/501 

Sir Gilbert krijgt een zoon Gerben, maar zijn geliefde vrouw Indeg sterft in het kraambed. Een groot drama natuurlijk, maar van de lenen van Fittleton, Middle Wallop en Nether Wallop had Indeg alleen het vruchtgebruik. Het is een beetje onduidelijk nu of Sir Gilbert hierover mag blijven regeren, dat zij direct toevallen aan Gerben, aan andere familie van Indeg of aan de leenheer van Indeg. De leenheer van Indeg en Gilbert is Earl Robert, maar die is nog minderjarig. Sir Ignaeus is vertrokken zonder een bestemming achter te laten. Nu is Sir Eliot de enige die een beslissing kan nemen. 
Terwijl Sir Gilbert rouwt om het verlies van zijn vrouw, wordt zijn moeder in de bossen nabij Berwick St. James aangevallen door een of ander monster. Zij overleeft de aanval, maar Gilbert, Elias en zijn broer, Sir Eliot van Burcombe, zijn woest. Zodra het weer dat toelaat, willen zij de bossen uitkammen op zoek naar dit monster. 

Het huwelijk van Sir Eliot en Vrouwe Inga is zeer vurchtbaar en zij baart hem een tweeling, die hij Octa en Mark noemt (Sir Eliot geeft niet op politieke gevoeligheden!)

Maar het zeer gelukkige huwelijk van Sir Benno en Vrouwe Alis (de moeder van Sir Eliot) heeft niet lang mogen duren. Zij sterft in het kraambed en hun dochter ook. Het is een zwaar jaar, ook zijn neefje Benno, die door Sir Bradwen naar hem vernoemt was, sterft. Dit is een behoorlijke klap voor de man die leeft voor zijn familie (Passion family 20)

Ondanks dat hij verdwenen is, krijgt sir Ignaeus krijgt een dochter bij zijn vrouw Balinette, zij noemt haar Claudia. Zijn broer, Sir Antony, stelt deze winter nog voor aan Balinette om te trouwen. Zij stemt daarmee in. Antony was al eerder getrouwd, in 496, wat leidde tot een dochter Cassandra. Maar deze vrouw leeft kennelijk niet meer. 

De broer van Sir Caulas, Sir Morgannor van Frome, komt de overlijden. Hiermee is Sioned, Prinses van Somerset weer een weduwe.